Een trui was je op 30 graden, binnenstebuiten, op een kort centrifugeprogramma van 600 tot 800 toeren. Drogen doe je liggend, niet hangend. Die drie keuzes bepalen samen of een trui zijn vorm houdt of binnen een jaar uitzakt.
Waarom truien krimpen
Krimp ontstaat niet door water. Het ontstaat door de combinatie van warmte, vocht en beweging. Tijdens het spinnen en breien wordt het garen onder spanning gezet. Die spanning blijft in de vezel zitten tot warm water en trommelbeweging hem loslaten. De vezel trekt terug naar zijn ontspannen lengte en het kledingstuk wordt kleiner.
Katoen krimpt daardoor doorgaans 2 tot 5 procent bij de eerste wasbeurten. Hoe dat mechanisme precies werkt en waar de grens ligt, staat in Krimpt katoen? Zo werkt krimp bij katoenen kleding.
Bij wol werkt het anders. Wolvezels hebben microscopische schubben aan de buitenkant. Onder invloed van warmte en beweging haken die schubben in elkaar en dat proces heet vervilten. Vervilting is niet omkeerbaar. Een wollen trui die op 60 graden is gewassen komt er een maat kleiner en stugger uit, en er is geen behandeling die dat terugdraait.
De praktische grens ligt op 30 graden. Boven die temperatuur neemt het risico snel toe zonder dat de trui merkbaar schoner wordt. Zweet en huidvet lossen bij 30 graden prima op in een normaal wasmiddel.

Per materiaal: wat verandert er
Katoen verdraagt het meeste. Een katoenen trui kan op 30 graden in de machine, op een normaal of fijnwasprogramma. Zwaardere katoen van 320 gsm of meer absorbeert veel water en wordt tijdens het wassen fors zwaarder dan in droge toestand. Dat gewicht is de reden om het centrifugeren te beperken.
Wol vraagt een wolprogramma of handwas. Een wolprogramma beweegt de trommel nauwelijks en centrifugeert kort. Gebruik wolwasmiddel: gewoon wasmiddel bevat enzymen die eiwitvezels afbreken, en wol is een eiwitvezel. Handwassen mag ook, maar dan zonder wringen. Wringen is precies de beweging die vervilting veroorzaakt.
Katoen met een aandeel polyester, zoals de meeste sweatstoffen, krimpt minder dan zuiver katoen. Het polyester heeft geen restspanning en houdt de katoenvezels op hun plek. Dat maakt de stof vormvaster, maar niet onbeperkt: de katoenfractie krimpt nog steeds. De constructie van die stoffen staat uitgelegd in French terry stof: eigenschappen, gewicht en verschil met fleece.
Acryl en andere synthetische truien krimpen vrijwel niet, maar zijn gevoelig voor warmte op een andere manier. De vezel vervormt permanent bij hoge temperatuur en wordt hard. Ook hier geldt 30 graden als bovengrens.
Centrifugeren: waar de vorm verloren gaat
Een natte trui van zware stof kan twee tot drie keer zijn eigen gewicht aan water vasthouden. Bij 1400 toeren wordt die massa met kracht tegen de trommelwand gedrukt. De naden, de manchetten en de schoudernaad vangen die klap op. Herhaal dat wekelijks en de constructie rekt uit.
600 tot 800 toeren haalt het meeste water eruit zonder de stof te belasten. De trui komt natter uit de machine en heeft langere droogtijd nodig. Dat is de afweging: langer drogen of sneller vormverlies.
Binnenstebuiten wassen beschermt de buitenzijde. Wrijving tegen de trommel en tegen andere kledingstukken maakt de vezels aan het oppervlak ruw. Dat ruwe oppervlak is het begin van pluizen. De binnenkant zie je niet, dus daar mag de slijtage zitten.
Drogen bepaalt de vorm
Leg een natte trui plat om te drogen. Hangend drogen laat het gewicht van het water aan de stof trekken, en die rek komt er niet vanzelf uit. Bij zware truien is het effect binnen een paar wasbeurten zichtbaar: langere mouwen, een lager vallende zoom, uitgezakte schouders.
Vermijd direct zonlicht. UV breekt zowel de vezel als de kleurstof af. Een donkere trui die maandenlang in de zon droogt, verliest diepte in de kleur.
De droger mag bij katoen op lage temperatuur, maar is zelden nodig. Haal de trui er licht vochtig uit en laat het laatste deel aan de lucht gebeuren. Bij wol nooit de droger: warmte plus beweging is exact de combinatie die vervilt.
Een zware trui heeft aan de lucht makkelijk 12 uur nodig, soms langer. Een trui die nog vochtig in de kast gaat, ruikt binnen een dag muf. Dat is geen wasprobleem maar een geduldprobleem. Voor hoodies met capuchon en kangoeroezak gelden een paar extra aandachtspunten, die staan in Hoodie wassen: zo blijft hij in vorm.
Wasverzachter en bleek
Wasverzachter legt een dunne laag op de vezel. Dat voelt direct zachter, maar de laag vermindert het vochtopnemend vermogen van katoen en versnelt op termijn de slijtage. Bij wol verstopt het de vezelstructuur. Weglaten is bij vrijwel elke trui de betere keuze.
Chloorbleek tast de vezelstructuur aan en werkt bij katoen averechts op vergeling: het reageert met eiwitresten uit zweet en maakt de plek geler in plaats van witter. Op wol lost het de vezel letterlijk op.
Hoe vaak is nodig
Een trui hoeft niet na elke keer dragen in de was. Truien worden meestal over een ander kledingstuk gedragen en hebben weinig direct huidcontact. Twee tot vier keer dragen tussen wasbeurten is normaal, bij wol vaak langer omdat de vezel geur slecht vasthoudt.
Luchten werkt beter dan wassen. Een nacht op een hanger in een geventileerde ruimte verwijdert de meeste geur. Elke wasbeurt kost levensduur, dus minder wassen is meer draagjaren.
Wat de stof bepaalt
De regels hierboven gelden voor elke trui, maar de marge verschilt per stof. De DSKY® Faded Hoodie en de DSKY Jogger zijn gemaakt van 320 gsm stof met 80% katoen en 20% gerecycled polyester. Die samenstelling is vormvaster dan zuiver katoen, dus een fout in de temperatuur straft minder hard af. Bij zuiver katoen is er minder ruimte.
Laatst bijgewerkt: 4 augustus 2026