Jersey is een gebreide stof, geen geweven. De stof bestaat uit één doorlopende draad die in lussen door zichzelf wordt gehaald, zoals bij een handgebreide trui maar dan machinaal en veel fijner. Die lusstructuur maakt jersey van nature rekbaar, ook zonder elastaan, en zacht vallend. Vrijwel elk t-shirt is van jersey gemaakt.
Jersey zegt dus iets over de constructie van een stof, niet over het materiaal. Wat dat verschil betekent en hoe je het herkent, staat hieronder.
Gebreid, niet geweven
Een geweven stof bestaat uit twee draadsystemen die haaks op elkaar staan: schering en inslag, strak over en onder elkaar. Denk aan een overhemd of een spijkerbroek. Die constructie is vormvast en rekt nauwelijks.
Jersey werkt anders. Eén draad wordt rij na rij in lussen gebreid, waarbij elke lus door de lus eronder haakt. Die lussen kunnen bewegen: trek je aan de stof, dan vervormen ze en veren daarna terug. Dat is de reden dat een t-shirt over je hoofd rekt en zich daarna weer om je schouders legt, zonder dat er ook maar een procent elastaan in zit.
De keerzijde van diezelfde beweeglijkheid: jersey is minder vormvast dan weefsel. De stof kan uitzakken bij verkeerd drogen en krimpt meer in de was, omdat de lussen ruimte hebben om zich samen te trekken.
Waaraan herken je jersey?

Drie kenmerken, allemaal met het blote oog te zien.
De voorkant toont fijne verticale rijen van V-vormpjes. De achterkant toont horizontale boogjes. Dat verschil tussen voor- en achterzijde is het handelsmerk van single jersey, de variant waarvan t-shirts worden gemaakt.
Het tweede kenmerk: de randen rollen op. Knip een stuk jersey af en de snijkant krult vanzelf naar de voorkant toe. Dat komt door de spanning in de lussen en is geen fout, maar het is wel de reden dat zomen en kragen in t-shirts altijd afgewerkt of dubbelgelegd zijn.
Het derde: rek in de breedte. Jersey geeft dwars op de breirichting duidelijk mee en in de lengte veel minder.
Is jersey hetzelfde als katoen?
Nee, en dit is de verwarring die het vaakst voorkomt. Katoen is een vezel, de grondstof. Jersey is een breiwijze, de constructie. Een stof kan katoen-jersey zijn, maar ook jersey van wol, viscose, polyester of een menging.
De meest gangbare combinatie voor t-shirts is katoen-jersey: de zachtheid en vochtopname van katoen, plus de rek van de breistructuur. Als een etiket "jersey" zegt zonder meer, staat de vezelsamenstelling er altijd apart bij. Die samenstelling bepaalt het gedrag minstens zo sterk als de breiwijze.
Jersey en gewicht: van dun tot zwaar
Jersey bestaat in gewichten van onder de 140 gram per vierkante meter tot ruim boven de 280. Het breisel is hetzelfde principe; de garendikte en de dichtheid van de lussen maken het verschil.
Dat verschil voel je direct. DSKY® maakt zijn t-shirts allemaal van katoen-jersey, maar in drie gewichtsklassen: de DSKY Base Tee is met 180 gsm licht en soepel, bedoeld om te layeren. De DSKY Heavy Tee zit met 280 gsm aan de zware kant van het spectrum: dezelfde lusstructuur, maar met dikker garen en een dichtere steek, waardoor de stof meer body heeft en minder doorschijnt.
Gewicht verandert het gedrag van jersey meetbaar. Zwaardere jersey rekt minder ver uit, valt rechter en is minder gevoelig voor vervorming tijdens dragen en wassen. Lichtere jersey is beweeglijker en koeler, maar vraagt meer zorg bij het drogen.
Hoe gedraagt jersey zich in gebruik?

De lusstructuur bepaalt drie dingen waar je in de praktijk mee te maken krijgt.
Krimp. Jersey krimpt meer dan geweven stof, omdat de lussen bewegingsruimte hebben om zich bij warmte samen te trekken. Vooral de lengte krimpt. Hoe dat mechanisme precies werkt en hoe je het beperkt, staat in Krimpt katoen? Zo werkt krimp bij katoenen kleding.
Vervorming. Nat is jersey zwaar en rekbaar tegelijk. Een natte trui of zwaar shirt hangend drogen betekent uitrekken in de lengte. Zware jersey kun je beter liggend drogen.
Oppervlak. Hoe glad jersey blijft, hangt af van het garen waarvan de lussen zijn gebreid. Gekamd garen geeft een gladder oppervlak dat minder snel pilt; gekaard garen geeft textuur. Dat onderscheid staat uitgelegd in Wat is gekamd katoen?.
Constructie, vezel, gewicht
Wie een t-shirt beoordeelt, kijkt in feite naar drie lagen: de vezel (katoen), de constructie (jersey) en het gewicht (gsm). Jersey is daarvan de constante; vrijwel elk shirt deelt die constructie. Het verschil tussen een shirt dat na een jaar nog klopt en een shirt dat is uitgezakt, zit in de andere twee.