Viscose is een halfsynthetische vezel gemaakt van houtpulp. De vezel is zacht, valt vloeiend, neemt goed vocht op en ademt, maar hij is zwak, zeker als hij nat is. Viscose kreukt, krimpt en vervormt makkelijker dan katoen. Je vindt het in blouses, jurken, voeringen en overal waar een zijde-achtige val gewenst is voor een lage prijs.
Wat viscose is
Viscose is de oudste geregenereerde vezel, ontwikkeld rond 1890 als goedkope vervanging voor zijde. De naam "kunstzijde" of "rayon" komt uit die tijd en verwijst naar hetzelfde materiaal.
De grondstof is cellulose uit hout: eucalyptus, beuk, den, bamboe. Dat is een natuurlijk materiaal. Maar het hout wordt tot pulp gekookt, opgelost in natronloog en koolstofdisulfide tot een stroperige massa, en door fijne gaatjes in een zuurbad geperst waar de draad weer stolt. De vezel die eruit komt is chemisch dezelfde cellulose als katoen, maar de structuur is opnieuw opgebouwd.
Dat maakt viscose noch natuurlijk noch synthetisch. Op een etiket staat het apart. In marketing wordt het vaak als natuurlijk gepresenteerd omdat het van hout komt, en dat is een halve waarheid.
Wat viscose doet
Viscose voelt zacht en koel. De vezel is glad en heeft geen oppervlaktestructuur, waardoor hij tegen de huid glijdt in plaats van te grijpen.
De vezel valt vloeiend. Waar katoen enige stijfheid heeft en polyester veert, hangt viscose zwaar naar beneden. Dat is precies de reden dat het in jurken en blouses zit: het silhouet volgt het lichaam.
Viscose ademt en neemt vocht op, ongeveer 11 procent van zijn gewicht, meer dan katoen. Dat maakt het koel in warm weer.
De vezel neemt kleur diep en gelijkmatig op. Viscose in een verzadigde kleur ziet er intenser uit dan hetzelfde katoen.
Waar het misgaat
Viscose is zwak, en nat is hij dramatisch zwakker: de vezel verliest tot de helft van zijn sterkte zodra hij water opneemt. Dat is de kern van vrijwel elk probleem met viscose. Een natte viscose blouse die aan een hanger hangt, rekt uit onder zijn eigen gewicht. In de wasmachine op hoog toerental kan de stof scheuren of blijvend vervormen.
Het krimpt fors, meer dan katoen, en het krimpt onvoorspelbaar. Een viscose kledingstuk dat op 40 graden is gewassen kan er een maat kleiner en scheefgetrokken uitkomen.
Het kreukt sterk. De vezel heeft geen veerkracht en onthoudt elke vouw.
Het pilt. De zwakke vezel breekt en de uiteinden werken naar het oppervlak, zoals beschreven in Kleding pluist.
En watervlekken. Een druppel water op viscose laat na het drogen een kring achter, doordat de vezel lokaal opzwelt en de structuur verandert. Dat is bij weinig andere stoffen zo uitgesproken.

Het productieproces
Dit hoort erbij, want het is de reden dat viscose omstreden is. Koolstofdisulfide, het oplosmiddel, is giftig: blootstelling wordt in verband gebracht met neurologische schade bij fabrieksmedewerkers. In moderne installaties met gesloten systemen wordt het grotendeels teruggewonnen, maar viscose wordt veel geproduceerd in landen waar die eisen lager liggen.
Daarnaast is de houtherkomst een punt. Een deel van de wereldwijde pulp komt uit oerbossen. Certificering bestaat, maar "viscose" op een etiket zegt daar niets over.
De vezel is wel biologisch afbreekbaar, in tegenstelling tot polyester. Bij het wassen laat viscose geen microplastic los.
Viscose, modal en lyocell
Alle drie cellulose uit hout, alle drie geregenereerd. Het verschil zit in het proces en dat vertaalt zich in gedrag.
Viscose is het basisproces: goedkoop, zacht, zwak.
Modal is viscose met een extra uitrekstap die de moleculen op één lijn richt. Sterker, minder krimp, duurder. Wat modal precies is, staat in Wat is modal?.
Lyocell (Tencel) gebruikt een ander, niet-giftig oplosmiddel in een gesloten kringloop. Sterkste van de drie, ook nat, schoonste proces, hoogste prijs.
Ze voelen vergelijkbaar in de winkel. Ze gedragen zich niet vergelijkbaar na tien wasbeurten.
Bamboeviscose verdient een aparte opmerking: het wordt verkocht als natuurlijk en duurzaam, maar het is gewoon viscose met bamboe als houtbron. Het proces is identiek, met dezelfde chemie.
Viscose wassen
30 graden, fijnwasprogramma, of met de hand.
Laag toerental, 400 tot 600. Nat is de vezel op zijn zwakst en centrifugekracht is precies de belasting die hij niet aankan.
Liggend drogen, niet hangend. Het gewicht van het water trekt de stof uit vorm en die rek komt er niet uit.
Nooit in de droger. Warmte plus beweging bij een zwakke natte vezel is de slechtste combinatie.
Strijken op lage temperatuur, licht vochtig of met een doek ertussen.
Veel viscose kledingstukken hebben een label met "alleen chemisch reinigen". Dat is niet altijd overdreven voorzichtigheid van de fabrikant. Wat die symbolen precies zeggen, staat in Wasvoorschriften: wat de symbolen betekenen.
Wat het betekent voor je keuze
Viscose koop je voor de val en de zachtheid, en je betaalt met levensduur. Een viscose blouse ziet er in de winkel beter uit dan katoen in dezelfde prijsklasse, en na een jaar wassen is die verhouding omgedraaid.
Dat maakt het geen slechte vezel, maar wel een vezel met een kort verhaal. Voor een kledingstuk dat je zelden draagt en zelden wast, is de afweging anders dan voor iets dat elke week de machine in gaat.
DSKY® voert geen viscose. De collectie draait op katoen, met een aandeel gerecycled polyester in de sweatstoffen. Die keuze volgt uit wat de kleding moet doen: elke week gewassen worden en dat jarenlang volhouden.
Laatst bijgewerkt: 15 september 2026